Raad van State - arrest nr. 203.092 van 20 april 2010 - termijn uitspraak beroep gouverneur (wapenwet oud) - termijn van orde - motivering intrekking vergunning

Informatie
Rechtscollege: 
Raad van State
Datum: 
dinsdag, april 20, 2010

Onder de wapenwet (oud) was het mogelijk om een beroep in te stellen bij de provinciegouverneur tegen de weigering van de vergunning tot het voorhanden hebben van een verweerwapen door de korpschef. De wapenwet schreef voor dat de gouverneur dan binnen de 3 maanden moest beslissen over de aanvraag.

Voor de Raad van State voert belanghebbende aan dat de beslissing van de gouverneur onregelmatig is omdat ze vier dagen na het verstrijken van de drie maanden termijn genomen is. De Raad van State verwerpt dit argument omdat dit gevolg door de wet niet gekoppeld is aan het laten voorbijgaan van de termijn. De termijn van 3 maanden is een termijn van orde, er is geen specifiek rechtsgevolg verbonden aan het laten voorbijgaan van de termijn.

De Raad van State bevestigt haar eerder standpunt. Dit standpunt is nog relevant in het licht van de termijn waarbinnen de Federale Wapendienst een uitspraak moet doen over een administratief beroep. Artikel 30 wapenwet bepaalt dat de uitspraak gebeurt binnen de zes maanden na het instellen van het beroep. Ook dit is een termijn van orde.

De termijn van 4 maanden waarbinnen de gouverneur moet beslissen over erkenningen en vergunningen (artikel 31 wapenwet) is ook een termijn van orde. Een laattijdig genomen beslissing is niet ongeldig. Wel maakt de nieuwe wapenwet het mogelijk om na het verstrijken van de vier maanden een beroep in te dienen bij de minister van Justitie tegen de impliciete weigeringsbeslissing.

Het tweede middel, over de motivering van de beslissing, wordt verworpen vermits de gouverneur uit de agressieve houding t.a.v. de verbalisanten tijdens een politiecontrole terecht kon afleiden dat wapenbezit mogelijk een gevaar voor de openbare orde inhoudt.

BijlageGrootte
203092.pdf23.25 KB