Raad van State - arrest nr. 203.094 van 20 april 2010 - administratief beroep federale wapendienst - hoorplicht - verzoek betrokkene niet vereist - vernietiging beslissing minister

Informatie
Rechtscollege: 
Raad van State
Datum: 
dinsdag, april 20, 2010

Feiten

In een impulsieve beweging schiet een wapenbezitter met een tweeloop op vluchtende inbrekers vanop de eerste verdieping. Betrokkene verklaart de tweeloop altijd naast zijn bed te bewaren.

De gouverneur beslist vervolgens, na advies van het parket, om het recht om de tweeloop voorhanden te hebben in te trekken wegens gevaar voor de openbare orde. Onder andere de impulsieve reactie, het gevaar voor omstaanders (er werd met hagel geschoten met een zwaaiende beweging), het feit dat de inbreukers vluchtten (waardoor er geen bedreiging meer was) en het opslaan van een wapen naast het bed zijn omstandigheden die volgens de gouverneur wijzen op gevaar voor de openbare orde.

Betrokkene gaat in beroep bij de Federale Wapendienst tegen de beslissing van de gouverneur. De beslissing van de gouverneur wordt in beroep bevestigd. Bijkomend "stoffeert" de Federale Wapendienst de beslissing nog met het argument dat betrokkene eerder veroordeeld werd wegens alcoholintoxicatie en wegens het in verkeer brengen van voedingsmiddelen in onhygiënische omstandigheden.

In het verzoekschrift gaf betrokkene aan dat hij wenste gehoord te worden om kennis te kunnen nemen van het dossier. Wat het hoorrecht betreft, schrijft de Federale Wapendienst dat "contact met hem zal worden opgenomen indien er behoefte is aan bijkomende inlichtingen, dat gedurende het onderzoek het advies van verschillende instanties moet worden gevraagd, dat het een schriftelijke procedure betreft waarbij hij steeds zijn argumenten langs schriftelijke weg kan laten kennen, en dat, om het hoorrecht mondeling uit te oefenen, wat niet gebruikelijk is, een gemotiveerde aanvraag moet worden ingediend."

Rechtsvraag

Heeft de Federale Wapendienst de hoorplicht gerespecteerd ?

Standpunt Raad van State

De Raad van State vernietigt de beslissing van de minister van Justitie wegens schending van de hoorplicht. Dit is een interessant arrest met hoge precedentswaarde vermits het proberen te beperken van de hoorplicht reeds enkele jaren een vaste praktijk is bij de Federale Wapendienst.

De Raad van State overweegt:
"De verplichting om hem te horen en om hem in staat te stellen nuttig zijn zienswijze mee te delen, bestaat onafhankelijk van enig verzoek daartoe.
Bovendien kan het gebrek aan een gemotiveerde aanvraag om mondeling gehoord te worden, hoe dan ook niet verantwoorden dat hij zelfs niet schriftelijk zijn standpunt mocht doen kennen.
Ten andere is vast te stellen dat verzoeker -in zijn beroepschriftzeer expliciet heeft gevraagd om te worden gehoord. Aan dat verzoek is geenszins tegemoet gekomen door, in een brief van 19 december 2007, te antwoorden dat nog verschillende instanties om advies moeten worden gevraagd en de hele procedure wel enige maanden in beslag kan nemen, maar dat hij “steeds [zijn] argumenten langs schriftelijke weg kan laten kennen”. Immers valt er voor verzoeker niet veel te argumenteren zolang hij er niet van in kennis wordt gesteld wat het onderzoek heeft opgeleverd en waarop het bestuur van plan is zijn beslissing te stoelen."

BijlageGrootte
203094.pdf27.38 KB