Raad van State - arrest nr. 215.411 van 29 september 2011 - wapenvergunning - wettige reden - overeenstemming wapentype - bewijslast

Informatie
Rechtscollege: 
Raad van State
Datum: 
donderdag, september 29, 2011
Samenvatting

De overeenstemming van het wapentype met de wettige reden "recreatief schieten" kan worden aangetoond door op overtuigende wijze te bewijzen dat een wapen werd ontworpen voor regelmatig gebruik op de schietstand.

Commentaar: 

De wetgever wou met de invoering van de nieuwe wapenwet alle voorwaarden voor het uitreiken van een wapenvergunning opnemen in de wet zelf. Deze aanpak moest een einde stellen aan de willekeur die heerste bij de honderden politiezones overal te lande.

Al gauw bleek dat dit een ijdele doelstelling was. Creatieve medewerkers bij de provinciale wapendiensten gingen onmiddellijk op zoek naar een mogelijk om toch een eigen beleid te gaan vormen.

Dergelijke initiatieven zijn om verschillende reden verwerpelijk. Vooreerst gaan ze in tegen de bedoeling van de wetgever die in een rechtsstaat geacht wordt het enige overheidsorgaan te zijn dat rechtstreeks democratische legitimiteit geniet van de burger. Tweedens geven de initiatieven aanleiding tot rechtsonzekerheid, zowel voor de overheid als voor de burger. Dit leidt dan tot lange en dure procedures.

Een typevoorbeeld van dergelijke administratieve praktijk is dat de provinciebesturen te Antwerpen en Oost-Vlaanderen beslist hebben dat zij geen wapens meer willen vergunnen die te kort zijn. Zij menen dat artikel 11, §3, 9° van de wapenwet hen toelaat een wapenvergunning te weigeren indien een type van een wapen niet overeenstemt met de opgegeven reden van recreatief schieten.

Er zijn reeds tientallen zaken geweest bij de Federale Wapendienst en bij de Raad van State.

Nu is er een eerste arrest waarin de Raad van State uitlegt op welke manier het begrip "overeenstemmen" moet worden uitgelegd. Er is vereist dat de aanvrager kan "overtuigen dat het wapen ontworpen zou zijn voor regelmatig gebruik op een schietstand en niet voor uitzonderlijk gebruik als verweerwapen op korte afstand.". Het feit dat een attest wordt afgegeven van slagen voor een praktische proef met dergelijk wapen is niet voldoende.

De Raad van State lijkt dus te vereisen dat een aanvrager kan aantonen dat het wapen wel degelijk ontworpen is, of minstens geschikt is, voor regelmatig gebruik op een schietstand. Dergelijk bewijs kan op verschillende manieren worden geleverd:

  • door een verklaring van de ontwerper van het wapen of de fabrikan
  • door een verklaring van de schietstand waaruit blijkt dat op regelmatige basis schietoefeningen worden georganiseerd waarbij dit type wapen nuttig gebruikt kan worden

Wapenbezitters die het slachtoffer werden van overheidsoptreden waarbij korte wapens geweigerd worden, kunnen dus het beste handelen als volgt:

  • Steeds de bewijstukken (verklaring) toevoegen aan de aanvraag waaruit blijkt dat het wapen ontworpen is om regelmatig te worden gebruikt op een schietstand
  • steeds in beroep gaan bij de Federale Wapendienst tegen de negatieve beslissing van de gouverneur. Indien de gouverneur ten onrechte beslist dat een aanvraag onontvankelijk is, kan de beslissing van de gouverneur rechtstreeks worden aangevochten bij de Raad van State.

Als alle termijnen verstreken zijn, is het ook steeds mogelijk een nieuwe aanvraag in te dienen en de wettige reden + stavingsstukken op te geven. De gouverneur moet dan een nieuwe beslissing nemen waartegen een administratief beroep bij de Federale Wapendienst of een annulatieberoep bij de Raad van State open staat.

Het arrest van 29 september 2011 heeft minstens de verdienste dat aangegeven wordt welk bewijs moet worden geleverd. Spijtig genoeg voor de betrokkene volstond het aangegeven bewijs niet waardoor de betrokkene ongelijk krijgt. Hoewel het arrest dus op het eerste gezicht de administratieve praktijken lijkt te bevestigen, leert een zorgvuldige lezing dat de vergunning wel zou moeten worden afgeleverd als men kan bewijzen dat het wapen ontworpen is om regelmatig op de stand te gebruiken voor recreatief schieten. In dat geval wordt immers wel degelijk aangetoond dat de ingeroepen wettige reden overeenstemt met de opgegeven wettige reden.

BijlageGrootte
215411.pdf110.09 KB