Raad van State - arrest nr. 220.040 van 28 juni 2012 - overeenstemming wettige reden - schending wapenwet door minister van justitie

Informatie
Rechtscollege: 
Raad van State
Datum: 
donderdag, juni 28, 2012
Samenvatting

Door de nieuwe wapenwet beoogt de wetgever de discretionaire bevoegdheid van de vergunningverlenende overheden te beperken. Zij beschikken slechts over een beperkte appreciatiemarge. Naar de wil van de wetgever dient de wapenwet over het hele land op dezelfde wijze te worden toegepast.

Artikel 11, §3, 9° van de Wapenwet vereist dat het type wapen overeenstemt met de ingeroepen wettige reden. Dit betekent dat het wapen nuttig gebruikt kan worden voor de opgegeven activiteit.

Noch uit de omstandigheid dat een wapen een geringe omvang heeft, en in het bijzonder een korte loop, noch uit de bewering dat het wapen niet ontwerpen was om ermee aan sportief of recreatief schieten te doen kan worden afgeleid dat het wapen waarvoor de vergunning gevraagd wordt niet nuttig kan worden gebruikt voor sportief en recreatief schieten.

Dit arrest heeft betrekking op de vergunningen voor een "baby wapen".

In 2008 hadden de gouverneurs te Oost-Vlaanderen (dhr. Denys, O-VLD) en Antwerpen (mevr. Berx, CD&V) beslist om niet langer vergunningen te verlenen voor korte handvuurwapens. In niet-gepubliceerde administratieve richtlijnen werd bepaald dat een wapen kort is ondermeer indien de looplengte korter is dan 7,62 cm.

Reeds bij aanvang hebben wij deze praktijk aangemerkt als een overtreding van de wapenwet. In het kader van een vergunningsaanvraag dient de gouverneur na te gaan of het type wapen overeenstemt met de ingeroepen wettige reden. Hij heeft daarbij echter een zeer beperkte appreciatiemarge. Reeds in 2008 hebben wij opgemerkt dat een te ruime interpretatie een schending van de wapenwet is (zie Overzicht Wapenwet 2008, p. 89). Enkel in gevallen waar het wapen manifest ongeschikt is om te worden gebruikt op een schietstand, of als het wapen nooit onomkeerbaar semi-automatisch kan worden gemaakt, kan de vergunning op deze grond worden geweigerd. Het betreft hier uitzonderlijke gevallen, maar niet de tienduizenden korte revolvers die vanaf 1933 onder de oude wapenwet overal te lande werden vergund. Bovendien worden deze wapens reeds decennia zonder incidenten gebruikt op een schietstand. Deze beleidslijn is dan ook een uitdrukking van pure administratieve willekeur waar in een rechtsstaat geen plaats voor mag zijn.

Desondanks heeft de Federale Wapendienst de beslissingen van de gouverneurs niet teruggedraaid. In enkele beslissingen werd de gammele argumentatie zelfs overgenomen. De wanpraktijk vond dan ook navolging vond bij de gouverneurs te Brussel en Vlaams-Brabant (dhr. De Witte, SP.A) om deze illegale praktijk over te nemen. Betrokkenen meenden hiervoor steun te vinden in een arrest van de Raad van State dd. 29 september 2011 (arrest nr. 215.411, besproken op onze site). In dit arrest deed de Raad van State louter uitspraak over de motivering van de beslissing.

In 2 recente arresten heeft de Raad van State nu eindelijk een uitspraak gedaan over de rechtsvraag ten gronde.

Vooreerst bevestigt de Raad van State dat de gouverneurs wel degelijk de overeenstemming van het wapentype mogen nagaan. Ze hebben daarbij echter slechts een zeer beperkte appreciatiemarge. Het was immers de bedoeling van de wetgever om alle vergunningsvoorwaarden in de wet vast te leggen. Bovendien wil de wetgever dat de nieuwe wapenwet overal in het land (in Vlaanderen en Wallonië) uniform wordt toegepast.

Vervolgens onderzoekt de Raad van State wat het begrip "overeenstemming" inhoudt. Op basis van de gecoördineerde omzendbrief van 29 oktober 2010 over de toepassing van de wapenwet komt de Raad van State tot de conclusie dat vereist is dat het wapen "nuttig kan worden gebruikt" voor de ingeroepen wettige reden. Dit standpunt sluit aan bij het standpunt van de Raad in arrest 215.411 waarin werd verduidelijkt dat het wapen geschikt moet zijn voor de activiteit.

Vervolgens merkt de Raad van State op dat de wapenwet in het land uniform moet worden toegepast. De gouverneurs hebben dus geen enkele bevoegdheid om zelf voorwaarden aan de wet toe te voegen of op andere manieren een eigen beleid te voeren. Het is trouwens ook zo dat de Federale Wapendienst net werd opgericht met als doel een uniforme toepassing van de wapenwet te verzekeren, ondermeer door aan de lokale besturen richtlijnen te geven voor een uniforme interpretatie van de wapenwet.

De aangevraagde wapens zijn een Walther TPH in kaliber .22. In de beslissing had de Federale Wapendienst de argumentatie van de gouverneur te Antwerpen quasi integraal overgenomen.

Er werd opgemerkt dat de wapens de klein zijn in omvang en dat de beperkte looplengte maken dat het wapen moeilijk beheersbaar is. Ook de afwezigheid van regelbare richtmiddelen en het feit dat het wapen niet ontworpen is voor sportief en recreatief schieten worden ingeroepen om aan te tonen dat het wapen niet gebruikt kan worden voor sportief of recreatief schieten.

De Raad van State oordeelt nu dat hieruit niet blijkt dat het type wapen niet nuttig kan worden gebruikt voor sportief en recreatief schieten. De omstandigheid dat het wapen normaal niet voor deze doeleinden wordt gebruikt sluit ook niet uit dat het er nuttig voor kan worden gebruikt. Eveneens wordt zelf geen begin van bewijs aangebracht voor de stellign dat "de moeilijke beheersbaarheid van het wapen het gebruik ervan voor recreatief schieten gevaarlijk maakt".

Door de beslissing van de gouverneur over te nemen heeft de minister van Justitie dus artikel 11, §3, 9° van de wapenwet geschonden. De beslissing wordt dan ook vernietigd waardoor, in dit geval, de minister van Justitie een nieuwe beslissing zal moeten nemen die wel in overeenstemming is met de wapenwet.

In een rechtsstaat zou het gepast zijn dat de betrokken overheden hun wetsovertredingen staken en zich conformeren aan de rechtspraak van het hoogste administratieve rechtscollege. Het arrest is zeer duidelijk en verbiedt deze overheden om voorwaarden aan de wet toe te voegen of een eigen beleid te voeren.

Tal van wapenbezitters ontvingen brieven in dreigende taal waarin hen verzocht werd afstand te doen van korte handvuurwapens. Deze brieven zijn gebaseerd op dezelfde redenering die nu door de Raad van State als een overtreding van de wapenwet wordt aangemerkt. Wapenbezitters die niet de moeite gedaan hebben om hun rechten te verdedigen deden soms afstand van hun wapens. Nu blijkt dit ten onrechte. Onze juristen bestuderen momenteel op welke manier de schade die door deze wetsovertredingen werd veroorzaakt kan worden verhaald op de betrokken overheden.

De beide arresten zijn voorts nog van groot belang omdat ze verbieden dat de gouverneurs zelf een beleid voeren en interne lijsten van gewenste en ongewenste wapens gaan opstellen. Sommige gouverneurs menen dat ze nog aan politiek moeten doen en matigen zich de macht aan om de wetgeving aan te vullen, buiten werking te stellen of zelfs gewoon niet uit te voeren.

In dit perspectief is overduidelijk dat de lijst met rode wapens zoals opgesteld door dhr. Debaene, in overleg met enkele schutters en politiemensen, eveneens onwettig is. Gelukkig stellen wij vast dat de minister van Justitie hier de beslissingen wel hervormt en doorgaans de wapenwet juist toepast.

BijlageGrootte
220040vandennieuwenhof.pdf112.22 KB