Raad van State - arrest nr. 220.151 dd. 3 juli 2012 - schorsing - uitgewiste veroordeling - veroordeling met opschorting - ontvankelijkheid aanvraag wapenvergunning

Informatie
Rechtscollege: 
Raad van State
Datum: 
dinsdag, juli 3, 2012
Samenvatting

Veroordelingen die op basis van de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering worden uitgewist, mogen niet meer in aanmerking worden genomen om te beoordelen of een vergunningsaanvraag ontvankelijk is.

Hetzelfde geldt voor veroordelingen met opschorting waarbij de proefperiode verlopen is.

Een wapenbezitter werd meer dan 40 jaar geleden door de Correctionele rechtbank veroordeeld wegens slagen en wegens enkele jachtmisdrijven.

In 2008 wordt bij de wapenbezitter een huiszoeking verricht. Bij deze gelegenheid worden 2 verboden wapens (vuurwapens met geluidsdemper) aangetroffen. Eveneens worden enkele inbreuken vastgesteld op het KB inzake de vogelbescherming.

In januari 2009 wordt betrokkene voor deze feiten veroordeeld door de Correctionele rechtbank. De rechtbank kent de gunst van de opschorting toe voor een periode van 3 jaren. Dit betekent dat de veroordeling niet wordt uitgesproken indien betrokkene gedurende 3 jaren geen nieuwe inbreuken pleegt op de wapenwet en het KB inzake vogelbescherming.

Na het verstrijken van de proefperiode vraagt betrokkene opnieuw vergunningen aan voor het bezit van 11 vuurwapens.

Deze aanvraag wordt onontvankelijk beschouwd door de gouverneur van Vlaams-Brabant. De gouverneur houdt hierbij rekening met de veroordeling voor bezit van verboden wapens uit 2009 en ook met de veroordelingen uit 1971 en 1974.

Bij de Raad van State wordt aangevoerd dat de gouverneur door zijn beslissing de wapenwet en de wet motivering bestuurshandelingen schendt.

Een vergunningsaanvraag is onontvankelijk indien de aanvrager veroordeeld is voor een misdrijf dat wapenbezit uitsluit (art. 11, §3, laatste lid jo. art. 5, §4 WW).

In casu is er geen sprake van een veroordeling:
- de veroordelingen uit 1971 en 1974 werden immers automatisch uitgewist (zie art. 619 Sv. zoals van toepassing op het moment van de veroordeling)
- de veroordeling van januari 2009 is eveneens rechtens onbestaande vermits de gunst van de opschorting werd toegekend en de proefperiode verstreken is

Bij het beoordelen van de ontvankelijkheid van de aanvraag mag de gouverneur uiteraard enkel rekening houden met veroordelingen die vanuit juridisch oogpunt nog bestaan. De uitwissing van een veroordeling heeft tot gevolg dat met deze veroordeling geen rekening mag worden gehouden bij het beoordelen van de vergunningsaanvraag.

Ook met de veroordeling uit 2009 kan geen rekening worden gehouden vermits deze veroordeling nooit werd uitgesproken gelet op het verstrijken van de proefperiode.

Dit arrest is van bijzonder belang voor de uitbaters van schietstanden en voor de gemachtigde schietsportfederaties. Personen die veroordeeld zijn voor een misdrijf dat wapenbezit uitsluit kunnen immers geen toegang krijgen tot een erkende schietstand. Ze kunnen evenmin een sportschutterslicentie aanvragen.

In de praktijk stellen wij vast dat de meeste uittreksels uit het strafregister op een verkeerde manier worden opgesteld. Al te dikwijls doen de gemeentebesturen niet de nodige moeite om na te gaan welke veroordeling nog mag worden vermeld en welke niet. Daardoor komt het in de praktijk vaak voor dat het uittreksel uit het strafregister veroordelingen vermeldt die eigenlijk hadden moeten worden gewist.

In dergelijk geval dient de schietstanduitbater of federatie na te gaan of de veroordelingen nog actueel zijn. Als blijkt dat het uittreksel veroordelingen bevat die juridisch niet meer bestaan (omdat ze uitgewist zijn, eerherstel werd toegekend, proefperiode bij voorwaardelijke veroordeling verstreken is, ...), mag met deze veroordeling geen rekening meer worden gehouden.

Tot slot merken wij op dat dit arrest enkel uitspraak doet over de vraag of de vergunningsaanvraag ontvankelijk is. Het is ondertussen vaste rechtspraak van de Raad van State dat de vergunningsverlenende overheid rekening mag houden met alle feiten, inclusief oude veroordelingen, om te onderzoeken of het wapenbezit een gevaar voor de openbare orde kan inhouden. Een verwijzing naar een veroordeling van meer dan 40 jaar geleden zal hier niet volstaan. Enkel indien er na de veroordeling nog andere feiten zijn die wijzen op een gedragspatroon, kan de vroegere veroordeling één van de elementen zijn waar rekening mee wordt gehouden bij de beoordeling van het dossier. Voor een overzicht van de rechtspraak van de Raad van State inzake het begrip "openbare orde" verwijzen we naar de presentatie onder de rubriek "regelgeving" - "commentaar".

BijlageGrootte
220151ontvankelijkheid.pdf130.95 KB