Raad van State - arrest nr. 230.601 dd. 23 maart 2015 - erven wapen - aanvraag vergunning- termijnen

Informatie
Rechtscollege: 
Raad van State
Datum: 
zaterdag, mei 23, 2015
Samenvatting

aanvraag wapenvergunning - passief bezit - aanvraag vergunning - laattijdigheid - art. 11/1 en 44, §2 WW

Feiten

Een dame erft op 15 oktober 2007 een vergunningsplichtig vuurwapen waarvoor de erflater tijdig een vergunning had aangevraagd onder de overgangsbepalingen van artikel 48 WW.

Ongeveer drie jaar later, op 5 oktober 2010, bevestigt de gouverneur ontvangst van deze vergunningsaanvraag. Bij deze gelegenheid dient de weduwe ook nog vergunningsaanvragen in voor enkele andere wapens die ze had verworven in het kader van de erfopvolging.

De gouverneur wijst de aanvraag af wegens laattijdig. Volgens de gouverneur speelt in casu artikelen 11/2,derde lid wapenwet waardoor de weduwe de aanvraag voor passief bezit van de vuurwapens had moeten indienen binnen de twee maanden na het overlijden.

Ook verwijst de gouverneur naar artikel 44, §2 WW dat de verplichting inhield om voor de voormalige "jacht- en sportwapens" uiterlijk op 31 oktober 2008 een vergunningsaanvraag in te dienen.

Beslissing Raad van State

De Raad van State beslist dat artikel 11/2 WW in casu niet van toepassing kon zijn vermits deze bepaling werd ingevoerd door de reparatiewet van 25 juli 2008 die pas op 1 september 2008 in werking is getreden. De vergunningsaanvraag kan dus niet onontvankelijk verklaard worden omdat de termijn verstreken is.

Artikel 44? §2 WW kan volgens de Raad van State wel van toepassing zijn. Wel wordt beslist dat het laattijdig indienen van de aanvraag (na 31 oktober 2008) niet betekent dat de aanvraag op deze grond alleen al als onontvankelijk moet worden afgewezen. De wet voorziet deze sanctie immers niet.

Met dit arrest wordt dus andermaal de theorie van de "illegale wapens" zoals voorzien in punt 3.5. van de gecoördineerde omzendbrief van 25 oktober 2011 verworpen.

Voor de tekst van het arrest, zie deze link.