Raad van State - arrest nr.218.251 dd 1 maart 2012 - bezit verboden wapens - misbruik functie politieagent - tuchtsanctie - sponering strafrecht - openbare orde wapenbezit

Informatie
Rechtscollege: 
Raad van State
Datum: 
donderdag, maart 1, 2012
Samenvatting

Het feit dat inbreuken op de wapenwet niet hebben geleid tot een strafrechtelijke veroordeling belet niet dat de overheid nog met de feiten rekening kan houden om tot het besluit te komen dat het gedrag van betrokkene onvoldoende waarborgen biedt voor wapenbezit waardoor er gevaar kan zijn voor de openbare orde. Het bestuur kan daarbij ook rekening houden met een tuchtsanctie die werd opgelegd.

Na de invoering van de nieuwe wapenwet werden burgers geadviseerd om afstand te doen van hun wapens.

Vooral erkende verzamelaars en ook sommige politiediensten waren er als de kippen bij om zoveel mogelijk wapens op te halen.

Tussen 2007 en 2009 heeft het comité P een dertigtal zones onderzocht. Deze onderzoeken gaven reeds aanleiding tot enkele veroordelingen van politiemensen die wapens gingen ophalen om ze toe te voegen aan hun eigen verzameling.

Het feitenpatroon in deze zaak kan in deze context gekaderd worden. Een politieagent, die beweert verzamelaar te zijn (hoewel hij enkel zijn erkenning had aangevraagd maar deze nog niet gekregen had), bezoekt burgers (in uniform, om meer vertrouwen te wekken) om wapens op te halen. Bij een huiszoeking worden deze wapens aangetroffen. Ook worden een aantal automatische wapens aangetroffen die zogezegd geconverteerd waren naar semi-automatische wapens terwijl ze door zeer eenvoudige ingrepen met eenvoudig gereedschap terug om te vormen zijn tot automatische wapens.

Voor deze feiten is nog geen strafrechtelijke veroordeling tussengekomen. Wel werd een tuchtsanctie opgelegd.

De Raad van State oordeelt dat het bestuur, gelet op dit feitenpatroon, in alle redelijkheid kon beslissen dat het gedrag van betrokkene onvoldoende waarborgen biedt, waardoor het wapenbezit een gevaar is voor de openbare orde.

Gelet op de aard van de feiten was in deze niet nodig dat de minister verantwoord waarom de zwaarste sanctie wordt opgelegd.

BijlageGrootte
215411.pdf110.09 KB