RvSt arrest 232.274 dd. 22 september 2015 - intrekking vergunning - openbare orde - actualiteit van de ingeroepen feiten

Informatie
Rechtscollege: 
Raad van State
Datum: 
dinsdag, september 22, 2015

De gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van een wapenbezitter kan de wapenvergunning of het recht om vuurwapens voorhanden te hebben onder een uitzonderingsregeling intrekken indien het wapenbezit een gevaar kan betekenen voor de openbare orde.

De gouverneur moet deze beslissing omstandig motiveren. Vlaamse gouverneurs doen hier meestal niet teveel moeite. Ze weten immers dat, bij het administratief beroep, de vormgebreken in hun beslissingen kunnen worden rechtgezet. Waardoor ze zich beperken tot een minimaal onderzoek. In geval van twijfel zullen ze bijna steeds overgaan tot intrekking. Het is dan bij de behandeling van het administratief beroep dat de minister van Justitie het dossier grondig bekijkt. De beslissingen van de minister van Justitie zijn immers vatbaar voor een vernietigingsberoep door de Raad van State.

Het is ondertussen vaste rechtspraak van de Raad van State dat de overheid terzake een ruime discretionaire bevoegdheid heeft. Het is niet vereist dat de vroegere feiten effectief tot een veroordeling hebben geleid, dan wel dat de ingeroepen feiten effectief geleid hebben tot aantasting van de openbare orde. Een mogelijk risico is voldoende. In de mate dat ze relevant zijn, kan nog rekening gehouden worden met feiten die geleid hebben tot veroordelingen waarvoor eerherstel werd verleend.

In Vlaanderen zien de gouverneurs hier een vrijgeleide in om zeer snel over te gaan tot intrekking van vergunningen. Het aantal zaken dat in administratief beroep behandeld wordt door de Federale Wapendienst is dan ook in stijgende lijn. In de meeste gevallen volgt de Federale Wapendienst de gouverneur. Toch leidt een nieuwe beoordeling van het dossier vaak tot een hervorming van de beslissing van de gouverneur. Dit kan het geval zijn indien gebleken is dat de gouverneur zich op verkeerde informatie baseerde. Het gebeurt dat samenvattingen van PV's niet volledig juist zijn en dat een nadere analyse van het betrokken PV tot de conclusie leidt dat de feiten onvoldoende vaststaan.

Bij verdere betwisting oordeelt de Raad van State. Daarbij is bijzonder dat de Raad van State enkel een beslissing kan vernietigen. Daarbij mag de Raad van State niet opnieuw of anders beslissen in de plaats van de overheid. In de regel kan de Raad van State ook niet overgaan tot hervorming van de beslissing. Ook zal de Raad van State niet de feiten zelf opnieuw beoordelen. Zeker indien de overheid een ruime discretionaire bevoegdheid heeft (wat hier het geval is), beperkt het wettigheidstoezicht van de Raad van State zich ertoe om een "marginale toetsing" uit te voeren. Er wordt met andere woorden nagekeken of een normaal handelende overheid, rekening houdende met alle feiten en omstandigheden die voorliggen, wettig tot het genomen besluit kan komen. Het is dan ook moeilijk om in elk concreet geval vooraf te kunnen beoordelen hoe de Raad van State zal oordelen.

Toch zijn er enkele lijnen in de rechtspraak van het hoogste administratieve rechtscollege.

In een interessant arrest van 22 september 2015 heeft de Raad van State zich uitgesproken over de vraag hoe lang feiten nog actueel kunnen zijn om een intrekking van vergunningen te rechtvaardigen. Vermeldingen van PV's in de algemene databank van de politie worden immers (in tegenstelling tot veroordelingen) nooit gewist. Als een PV wordt opgesteld, blijft dat met andere woorden levenslang in een databank zitten. In het verleden zijn al zeer vaak beslissingen tot intrekking van wapenvergunningen genomen op basis van feiten van tientallen jaren geleden die nog in de politiedatabank voorkwamen.

Nu heeft de Raad van State bevestigd dat de ingeroepen feiten moeten kunnen leiden tot een actueel risico voor de openbare orde:
De mogelijke verstoring van de openbare orde moet nog actueel zijn op het ogenblik van het nemen van de bestreden beslissing, wat inhoudt dat de tijd die is verlopen sinds het feit dat volgens de beroepsinstantie er op wijst dat het voorhanden hebben van wapens de openbare orde kan verstoren, moet worden meegewogen in de beoordeling van deze mogelijke verstoring. De beroepsinstantie mag in het raam van het onderzoek van het beroep, hierbij rekening houden met minder recente feiten ten laste van verzoeker, wanneer zij ook steunt op recente
feiten die er op wijzen dat het voorhanden hebben van wapens door verzoeker de openbare orde kan verstoren. Uit die recente feiten kan immers blijken dat aan de minder recente feiten niet ieder belang moet worden ontzegd.

De beoordeling of een feit voldoende actueel is in de zin als
hiervoor is gesteld om in aanmerking te worden genomen, staat ter beoordeling van de beroepsinstantie, waarbij deze beoordelingsvrijheid, desgevraagd, door de Raad van State wordt getoetst in de zin als hiervoor is gesteld.

In casu was betrokkene tussen 2003 en 2006 bekend voor een aantal feiten die verband houden met een periode van problemen en drugsgebruik. Deze feiten zijn immers niet meer actueel vermits, na 2006, geen enkel feit meer tussengekomen en vaststaat dat betrokkene al jaren niet meer met drugs of het milieu in aanraking is gekomen.

De Raad van State oordeelt dat ook dat deze feiten niet meer pertinent zijn om te beoordelen in welke mate het wapenbezit een actueel gevaar voor de openbare orde kan inhouden.

Zie deze link voor de volledige tekst van het arrest.