RvSt arrest 233.628 dd. 26 januari 2016 - intrekking wapenbezit art. 13 WW - redenen openbare orde - feiten onvoldoende vaststaand

Informatie
Rechtscollege: 
Raad van State
Datum: 
dinsdag, januari 26, 2016

De gouverneur beslist om bij een jager het recht om vuurwapens voorhanden in te trekken op basis van art. 13, al. 2 WW.

Deze beslissing is gebaseerd op een klacht van de echtgenote wegens intrafamiliaal geweld. Deze klacht wordt echter naderhand gewijzigd. Echtgenote wijzigt de dag na de feiten haar verklaring en laat acteren dat er geen sprake was van "bedreigingen" maar van "agressief gedrag", ze laat ook schrappen dat ze al eerder klachten indiende voor dergelijke gedragingen en voorts dat er geen sprake was van bedreiging met een vuurwapen.

De beslissing van de gouverneur wordt door de Federale Wapendienst bevestigd.

Bij de behandeling van het dossier kan de Raad van State niet in de beoordeling van het dossier zelf treden. Het toezicht van de RvSt beperkt zich tot een onderzoek of een redelijk handelende overheid tot eenzelfde beslissing zou zijn gekomen. Daarbij wordt onder meer nagekeken of de overheid zich gebaseerd heeft op feiten die met voldoende zekerheid vaststaan.

In casu was dit niet het geval vermits de beslissing gebaseerd werd op 1 verhoor dat naderhand gewijzigd werd. Hoewel het voor de overheid ongeloofwaardig leek dat de aanpassing van het PV uit vrije wil door betrokkene gebeurde, liggen in het dossier ook geen bewijzen voor dat er sprake zou geweest zijn van enige dwang.

Derhalve staan de feiten onvoldoende vast en kon de overheid geen intrekkingsbeslissing nemen.

Voor de tekst van het arrest, zie deze link