RvSt arrest nr.229.603 van 18 december 2014

Informatie
Rechtscollege: 
Raad van State
Datum: 
donderdag, december 18, 2014

Zoals tienduizenden andere wapenbezitters, had een wapenbezitter vergeten om zijn vroegere "jacht- en sportwapens" te laten registreren via een vergunning. Hij had ook nagelaten om de hernieuwing aan te vragen van wapenvergunningen die hem waren afgegeven voor 6 juni 2001.

In een gelijkaardig geval besliste de Raad van State in arrest nr. 214.913 van 1 september 2011 dat de vergunningsaanvraag toch ontvankelijk is. Volgens de Nederlandstalige kamers van de Raad van State was er immers sprake van een verschillende behandeling van wapenbezitters in de verschillende provincies. Sommige gouverneurs informeerden hun bevolking via individuele brieven (zoals bv. West-Vlaanderen), terwijl andere andere gouverneurs dit niet deden. Er is dus een verschil in uitvoering van de wet, wat geleid heeft tot een ongelijke behandeling. De Raad van State oordeelde toen dat dit verschil in behandeling in strijd is met het grondwettelijk gewaarborgde gelijkheidsbeginsel en het discriminatie verbod (art. 10 en 11 van de Grondwet).

Nu gooit de Franstalige kamer het over een totaal andere boeg. De Franstalige kamer overweegt dat, op basis van art. 190 GW, het volstaat dat de wet en de uitvoeringsbesluiten ervan gepubliceerd werden in het Belgisch Staatsblad zodat elke wapenbezitter er kennis van kan nemen. Uit het feit dat sommige gouverneurs klantvriendelijk geweest zijn en hun bevolking informeerden, kan niet worden afgeleid dat dan het gelijkheidsbeginsel geschonden wordt van wapenbezitters die gevestigd zijn in een gouverneur die minder inspanningen deed om de bevolking te informeren.

De vergunningsaanvraag wordt dan ook geweigerd.

De Raad van State overweegt echter dat de ontontvankelijkheid van de aanvraag tot hernieuwing niet uitsluit dat, op ontvankelijke wijze een aanvraag zou worden ingediend voor het aanvragen van een wapenvergunning op basis van de gewone procedure van artikel 11 of 11/1 wapenwet. De laatste overweging in het arrest is op dit punt duidelijk:

"Considérant que l'arrêté attaqué n'a par ailleurs pas pour effet d'empêcher le requérant d'introduire une demande d'autorisation de détention pour les mêmes armes, en application de l'article 11 (pour une détention avec munitions) ou de l'article 11/1 (pour une détention sans munitions) de la loi sur les armes"

Door deze overweging gaat de Raad van State in tegen paragraaf 3.5 van de omzendbrief van 25 oktober 2011. Daarin stelde de minister van Justitie dat voor wapens die niet tijdig geregulariseerd werden geen vergunning meer kan worden aangevraagd.

De tienduizenden wapenbezitters die nalieten om hun vergunning te laten hernieuwen of om vroegere jacht- of sportwapens te registreren, kunnen dus nog voor deze wapens een vergunning vragen. Mogelijks zal die worden geweigerd als de gouverneur kan aantonen dat het nalaten om de hernieuwing te vragen een gevaar inhoudt voor de openbare orde.

Zoals we reeds opmerkten, doet de Raad van State geen uitspraak over de strafrechtelijke aspecten van de zaak. Er kan niet worden uitgesloten dat het parket de aanvrager zou vervolgen voor het illegaal bezit van het wapen tussen 1 november 2008 en het tijdstip waarop de vergunning werd bekomen. Wij weten dat de Franstalige procureurs hier enige soepelheid aan de dag wensen te leggen, maar daarbij op verzet stoten van het diensthoofd van de federale wapendienst en enkele Vlaamse collega's. Wordt dus ongetwijfeld nog vervolgd...

Voor de tekst van het arrest, zie deze link.

In dezelfde zin nam de Franstalige kamer van de Raad van State nog een arrest: zie deze link.